CLT Weg Ermee!?

23 september 2020
23 september 2020 Ralf

CLT is bezig aan een mooie opmars in de bouwwereld en dat is, met alle uitdagingen en klimaatafspraken die er zijn, hard nodig. Zeker nu de EU aan onze deur klopt om 55% CO2 reductie te realiseren in 2030. Voor velen lijkt CLT (Cross Laminated Timber, in beter Nederlands kruislagenhout) hét alternatief voor beton. Het slaat CO2 op en is circulair lees ik vaak, halleluja! Ik beken: als er bij een materiaal een jubelstemming ontstaat dan word ik altijd een beetje recalcitrant. Dat CLT als houten constructiemateriaal CO2 opslaat is evident. Dat het daarmee in potentie een bijdrage levert aan klimaatafspraken ook. Daar focus ik in deze blog even niet op. 

Laatst kreeg ik tijdens een kennissessie met een collega de vraag: maar vind jíj het ook circulair? Een prikkelende vraag. Zeker omdat circulair bouwen flink rondzingt in de wandelgangen van de ministeries. Juist op een mogelijke vooravond van grootschalige inzet van CLT is het goed om met elkaar kritisch te blijven en ons af te vragen: Is CLT echt zo’n goede keuze?     

Spoileralert

CLT is niet circulair! Maar dit vraagt uiteraard om een toelichting en de nodige nuance. Nog een spoiler… niet iedereen zal tot één en hetzelfde oordeel komen. Dat is niet erg en nodigt uit tot een kritische blik, waarbij we blijven nadenken in alternatieven. Ik maak jullie graag deelgenoot van mijn (sterk vereenvoudigde) denkproces:

De eerste opendeur-vraag is: Wanneer is een product circulair? Ik verwijs altijd naar de infographic van de Ellen MacArthur Foundation. Het schema met de biologische kringloop links en technische kringloop rechts. CLT begint links in de biologische cirkel want het is gemaakt van stukjes hout. In die zin is het een biobased product. Deze stukjes hout zijn kruislings aan elkaar gelijmd tot een grote plaat. De toegepaste lijmen zijn synthetisch en niet van biologische aard. Er is ook nog geen biologisch proces zoals bv. composteren dat de lijm in een natuurlijk proces oplost aan het eind van de levenscyclus1). CLT is daarmee niet zondermeer terug te brengen in de biologische kringloop van de circulaire economie. Daarmee is het eerder aan te merken als een composiet en kijken we naar de technische kringloop om de circulaire ambities te beoordelen. 

De basisgedachte van deze kringloop is dat er in theorie geen afval meer is, alleen maar grondstoffen of kortgezegd: afval is grondstof. Zo vormt het een antwoord op de grondstoffentekorten en emissieproblematiek. Om deze ambitie te stimuleren is het belangrijk dat producten makkelijk te scheiden zijn in de kleinst mogelijke onderdelen zodat deze weer waardevol in te zetten zijn. Modulaire onderdelen die ook nog eens demontabel zijn genieten daarbij de voorkeur boven composieten (samengestelde delen/grondstoffen). Tijdens de gebruiksfase van producten doet men er in de technische kringloop alles aan om de levensduur van het product te verlengen. De welbekende fasen: Onderhoud, hergebruik en herdistributie, opknappen en revisie en uiteindelijk recyclen. In deze volgorde.

Kringlopen

CLT zien we in de bouw o.a. terug in stabiele doosconstructies van woning scheidende wanden en geveldelen. Mits goed gedetailleerd met inachtneming van bouwfysische processen zoals vochthuishouding is er vrijwel geen onderhoud nodig. In de fase hergebruik en herdistributie loop ik in mijn gedachtenproces tegen de eerste beperkingen van CLT aan. Eén van de voordelen van CLT is dat je eenvoudig met een CNC-freesmachine complete gevelelementen met gevelopeningen voor ramen en deuren maakt. Deze elementen monteer je in no time met een accuschroefboor op de bouwplaats tot een casco. In Nederland hechten we grote waarde aan afwisselende gevelbeelden. Ook willen bewoners graag invloed op waar in het interieur de ramen en deuren komen. Dit staat voor mij een grootschalig remontabel hergebruik in de weg. Immers komen in toekomstige projecten de ramen en deuren wel op exact die plek en zijn ze van hetzelfde formaat? Fase 3: opknappen en revisie biedt uitkomst. In theorie zou je een CLT-wand met gevelopeningen kunnen voorzien van andere openingen. De bestaande openingen maak je groter of je heelt ze (deels) weer aan. Indien de CLT achter een gips of stuclaag verdwijnt lijkt me dat niet al te problematisch maar voor zichtwerk zou ik graag weten of er al een oplossing is voor het naadloos aanhelen van bestaande sparingen? Het is altijd mogelijk dat detaillering of uitvoering te wensen overlaat en er bv. delen zijn beschadigd door vocht. Is dat op een dusdanige manier op te knappen tijdens gebruik of revisie dat aanzicht en/ of constructieve eigenschappen op het oorspronkelijke zelfde kwaliteitsniveau blijven? Ik vraag het me af2).

Zo kom ik bij de laatste fase: recycling. Is CLT terug te brengen in zijn oorspronkelijke kleinste onderdeel het houten plankje? Bij mijn weten niet. OK, je kan het altijd nog door de shredder halen en er houtsnippers van maken en daar dan weer iets van maken. Vaak blijf je zitten met een composiet die steeds lastiger te recyclen is. Bij deze laatste stap is er eerder sprake van downcycling, waarbij de grondstoffen aan waarde verliezen dan een hoogwaardige nieuwe inzet van de grondstof ofwel upcycling. 

In de praktijk merk ik dat velen producten als circulair bestempelen omdat het ofwel een hergroeibare basis heeft, omdat het product demontabel is of omdat de producent belooft het na gebruik weer terug te nemen en te recyclen. Wie het schema van de MacArthur Foundation goed op het netvlies heeft, herkent dat circulair bouwen niet een verzameling losse stappen is waar je naar believen 1 of 2 stappen uit pikt maar een proces waarbij stappen in een logische volgorde tezamen een gesloten kringloop vormen. Het schema daagt producenten uit na te denken over álle stappen en scenario’s binnen de kringlopen. 

Ik ben niet overtuigd van de ons voorgespiegelde vergezichten van het zogenaamd eeuwig in een technische kringloop houden van grondstoffen. Het hangt voor mij teveel van vage beloftes aan elkaar die over vele decennia stand moeten houden. Het is tekenend dat in de milieudatabase voor veel producten het afvalscenario voor een groot gedeelte nog steeds uit storten en/ of verbranden bestaat. Een vraag die ik zelf daarom vaak stel is de volgende: Kan het product of productonderdeel aan het einde weer worden opgenomen in een natuurlijke kringloop? Zonder dat de natuur daar onomkeerbare schade door oploopt? Als dat niet het geval is blijf je de afvalrekening in stand houden en steeds doorschuiven naar een volgende generatie. Het maakt niet uit of je product het label “circulair” heeft gekregen of niet. 

Tussenbalans

Dus, CLT weg ermee!? Wat is voor mij de tussenbalans? Het is een mooie CO2 opslagbank maar wel een composiet die maar moeilijk in waardevolle kleinste onderdelen is terug te brengen. Een materiaal waarvan je goed moet bekijken of het aansluit bij de duurzame ambities die je hebt: Is CLT het juiste en enige alternatief voor jouw specifieke opgave? Voor grootschalige woningbouw vormt houtskeletbouw gevuld met snelgroeiende plantaardig isolatiematerialen een beter alternatief. Het is volledig demontabel in hoogwaardige onderdelen, de verschillende onderdelen kunnen terug in een natuurlijke kringloop (op de stalen schroeven na dan) en HSB slaat net zoveel, zo niet meer CO23) op. Wil je toch CLT inzetten? Bijvoorbeeld voor de snelle realisatie van casco’s ten behoeve van rijtjeswoningen als alternatief voor tunnelbekistingen in beton? Kijk dan ook eens naar Dowel Laminated Timber (DLT). Een CLT zonder lijm waarbij de houten planken kruislings met houten pennen/ schroeven zijn vastgezet. Daarmee is het wel mogelijk om terug te keren tot het kleinste onderdeel van het houten plankje. Herbruikbaar in nieuwe DLT-wanden en als houten plankje opneembaar in de natuurlijke cyclus. Als je echt flink de hoogte in gaat, zitten er al snel constructieve en praktische grenzen aan HSB. CLT ligt dan voor de hand, maar onderzoek ook dan zeker lijmvrije varianten zoals DLT.

Dus beste opdrachtgever of beleidsmaker voordat u enthousiast op de paradekar van CLT springt vanuit uw klimaatambitie of circulaire uitgangspunten…. CLT is één van de vele biobased bouwtechnieken waar u uit kunt kiezen. Aan u om te komen tot de verstandigste keuze voor uw bouwopgave. Wilt u weten welke biobased bouwsystemen en materialen er zijn of zit u verlegen om advies neem dan gerust contact op, ik help u graag verder.   

  1. Er zijn al wel instanties bezig om de lijmkracht van natuurlijke kleefstoffen, ook te vinden in bomen zelf, te benutten. Bij mijn beste weten zit dit nog in de onderzoeksfase of die natuurlijke kleefstoffen eenzelfde constructieve kwaliteit aan CLT geven zoals we die nu kennen van de fossiele synthetische lijmen.
  2. Er circuleren al de nodige artikelen waar het fout is gegaan met CLT met name CLT-constructies bij platte daken waarbij uitvoering en bouwfysische vochtanalyses te wensen hebben overgelaten met schade tot gevolg. Tot nu toe lees ik dat in die gevallen volledige vervanging van het CLT-element de enige oplossing is. Wellicht dat bij bepaalde producenten de techniek inmiddels al zover gevorderd is dat plaatselijke vervanging van beschadigde plekken mogelijk is zonder aan constructieve kwaliteiten in te boeten. Dit is op het moment van schrijven niet bij mij bekend. Maar laat het me gerust weten voor aanvullende secties op dit blog. 
  3. In Houtskeletbouw worden de wanden gemaakt door een frame van houten stijlen en liggers. Kruizen of houten platen geven het frame constructieve stijfheid. Hierdoor is er voor een HSB-wand tot wel 50% minder hout volume gewicht nodig: CLT 49kg/ m3hout vs. HSB 25kg/ m3 hout.  Door HSB te vullen met een snelgroeiend isolatiemateriaal zoals hennep benut je vooral het CO2 opslag potentieel van dergelijke gewassen. Voor 1 m3 hennepisolatie is 30 kg hennep nodig. De CO2opslagcapaciteit van 1 m3 CLT en HSB gevuld met hennepisolatie zijn daarmee van vergelijkbare orde. Echter de hoeveelheid biomassa (en daarmee vastgelegde CO2) per hectare hennep kan tot wel 4x hoger liggen dan een hectare bos en heeft daardoor meer potentie om meer CO2 in de bouw vast te leggen dan CLT.